Beweegredenen aanvragers SDE+


Samenvatting 'Enquête naar beweegredenen van aanvragers SDE+-subsidie'

De Algemene Rekenkamer heeft een enquete uitgevoerd onder aanvragers van SDE+ subsidie. Hierbij is gevraagd naar beweegredenen en belemmerende factoren bij aanvragers. Deze is voorgelegd aan alle bedrijven die ooit een SDE+-subsidieaanvraag hebben ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).[1] 

SDE+ subsidie

De Subsidie voor Duurzame Energie (SDE+) is een belangrijke subsidie voor bedrijven die duurzame energie gaan opwekken. In 2017 is er voor 12 miljard euro aan subsidie beschikbaar.

 

Deelname van 445 bedrijven

In totaal hebben 445 bedrijven meegedaan aan de enquête. Hiervan hebben 303 bedrijven een aanvraag gedaan voor de opwekking met zonnepanelen. Andere aanvragen betroffen onder meer opwekking met biomassa en windmolens.

 

3 fasen in een project met subsidie

In de enquête zijn de volgende specifieke gedragingen onderzocht:

  1. projecten ontwikkelen
  2. subsidie aanvragen 
  3. projecten voltooien 

 

Financieel rendement

Bedrijven die ook buiten de ‘groene’ energiesector werken vergelijken de rendementsverwachtingen van potentiële SDE+-projecten vergelijken met het rendement van projecten in andere sectoren.

De verwachting dat een project renderend kan worden, is bij alle ondernemers belangrijk voor het voornemen om het project al dan niet te voltooien.  

 

Afspraken uit het Energieakkoord

De afspraken uit het Energieakkoord over energie uit hernieuwbare bronnen vormen voor de respondenten uit onze enquête een sterk motief om opnieuw SDE+-projecten te ontwikkelen. De afspraken uit het akkoord zijn alleen al om deze reden van groot belang.

 

Reputatie

Verwachte voordelen voor de marktpositie en voor de reputatie van de eigen onderneming vormen voor veel respondenten belangrijke drijfveren om nieuwe projecten te ontwikkelen. 

 

Technische expertise

Een belangrijke factor die meespeelt bij de beslissing om projecten te ontwikkelen, er SDE+-subsidie voor aan te vragen en ze vervolgens te voltooien blijkt te zijn gelegen in de mogelijkheid die bedrijven al dan niet hebben om de technische ontwikkeling van hun projecten goed uit (laten) voeren. 

 

Financiële doorrekening

Hetzelfde, zij het iets minder sterk, geldt voor de mogelijkheid die bedrijven al dan niet hebben om de financiële dorrekening van projecten goed uit te (laten) voeren. Wellicht kan het Minister van EZ (en daarbinnen RVO) een stimulerende rol spelen in kennisoverdracht op dit gebied, zodat bedrijven van elkaar kunnen leren, ook al concurreren ze met elkaar.

 

Ondersteuning door RVO

De ondersteuning van RVO speelt ook nu al een niet onbelangrijke rol. Onder de respondenten zijn de meningen verdeeld over de vraag óf de onderbouwing van hun projecten verbetert door de technische en de financiële toetsing van RVO. En ook over de vraag of de projecten er beter uitvoerbaar van worden. Maar naarmate respondenten hier sterker van overtuigd zijn, hebben ze ook vastere voornemens om nieuwe projecten te ontwikkelen. Het loont dus waarschijnlijk de moeite als RVO probeert de toetsingen nog duidelijker te maken. Dit geldt ook voor de hulp met het oplossen van problemen in de subsidieaanvraag.

 

Veilingmechanisme van de SDE+

Het veilingmechanisme dat in de SDE+ is ingebouwd voor de toewijzing van subsidie wordt door de aanvragers uitstekend begrepen. Hun motieven om hun project vroeg of juist laat in te schrijven sluiten volledig aan op de bedoeling van de regeling: ondernemers een afweging laten maken tussen een grote kans op relatief lage subsidie bij vroeg inschrijven en een kleinere kans op relatief hoge subsidie bij laat inschrijven. Deze afweging valt relatief zelden uit in het voordeel van vroeg inschrijven: 17% van de respondenten is dit van plan.

 

 

Volledig onderzoek

 

Comments are closed.